Biologische voeding
Wat betekent biologisch precies?
Biologische landbouw en voeding is een verzamelnaam voor landbouwmethoden en voedingsmiddelen die voldoen aan bepaalde eisen op het gebied van milieu, natuur en landschap, het welzijn van dieren en productiemethoden. In Nederland wordt ook het woord ecologisch gebruikt en de Engelse term is organic. Deze termen verwijzen naar dezelfde landbouwmethoden, waarvan de minimale eisen internationaal zijn overeengekomen en vastgelegd. De eisen gelden op het gebied van:
certificatie en toezicht
plantaardige landbouw
veehouderij
bereide voedingsmiddelen
import
In sommige gevallen kan men zeggen dat de biologische landbouw zo veel mogelijk gebruik maakt van technieken en methoden van vóór 1900 toen kunstmest en chemische bestrijding in opgang kwamen. In andere gevallen daarentegen is biologische landbouw juist uiterst modern en innovatief. Voorbeelden daarvan zijn het gebruik van sluipwespen voor het bestrijden van ongedierte in kassen en het gebruiken van branders voor onkruidbestrijding in plaats van chemische herbiciden.
Kenmerken van plantaardige landbouw
Kenmerk van die landbouwmethoden is dat er gepoogd wordt te werken met zo w einig mogelijk milieubelastende middelen en methoden. Hierbij staat het bodemleven centraal, wat op zijn minst verstoord, zoniet vernietigd wordt door kunstmest (of drijfmest) en pesticiden, vandaar het verbod op het gebruik hiervan. Het organische stofgehalte speelt hier een belangrijke rol, en moet (in de meeste gevallen) opgedreven worden. Men noemt dat ook wel duurzame landbouw want de ecologische efficiëntie wordt opgedreven, doordat men poogt de synergieën met het (te stimuleren) bodemleven maximaal te benutten. Indien juist toegepast, verbetert de bodemvruchtbaarheid, en dus ook de opbrengst, jaar na jaar, na de omschakelings- (en bodemherstel)periode. In de plantaardige landbouw zijn er de volgende belangrijke verschillen met de gangbare landbouw:
Het gebruik van bestrijdingsmiddelen
Er worden geen chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Toegestane middelen zijn:
zeep, minerale olie, ijzerfosfaat, bacteriepreparaten, kopersulfaat (in Nederland verboden, maar in andere landen toegestaan), pyrethrine
Overigens zijn in de biologische landbouw een aantal insecticiden, antischimmelmiddelen en rijpingsbevorderaars wel toegestaan. Zo is middels EU-verordening nr. 404/2008 het insecticide (van bacteriële oorsprong) spinosad toegestaan. Verder legitimieert dezelfde verordening ook het gebruik van kaliumbicarbonaat en koperoctanoaat bij de bestrijding van verschillende schimmelziekten. Ook is door deze verordening het gebruik van ethyleen in bepaalde gevallen toegestaan, o.a. bij het narijpen van citrusvruchten.
Genetisch gemodificeerde gewassen
Het gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen is onder de (niet wettelijk vastgelegde) criteria van de International Federation of Organic Agriculture Movements (IFOAM) en de (wettelijk vastgelegde) Europese verordening voor biologische landbouw niet toegestaan.
Het soort gewas en de manier van verbouwen
Methodes die worden gebruikt in de biologische akkerbouw en tuinbouw om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te voorkomen zijn onder meer een keuze voor resistente rassen en vruchtwisseling waarbij gewassen minder frequent worden geteeld. Er wordt een vruchtwisselingschema's van vijf tot zeven jaar aangehouden. Bij optreden van ziekten of plagen oogst men soms vroeger. Belangrijk is om te werken aan de weerstand van planten door overmatige bemesting te vermijden. Soms passen biologische telers biologische bestrijding toe.
Kunstmest met uitzondering van kieseriet mag niet worden gebruikt, mest uit andere veehouderijsystemen, zoals gangbare een scharrelveehouderij zo min mogelijk. Onkruid wordt voor een groot deel met de hand of machinaal bestreden.
Veel biologische boeren zijn ook in andere opzichten anders dan gangbare boeren met de landbouw bezig. Zo hebben ze vaker een gemengd bedrijf (zowel akkerbouw als veeteelt) en besteden meer arbeid en tijd aan natuurontwikkeling op het bedrijf.
Kenmerken van veehouderij
Leefomstandigheden
Het aantal vierkante meters dat een dier tot zijn beschikking heeft is groter, er zijn beperkingen voor het op stal zetten en varkens, koeien en kippen beschikken over daglicht en een vrije uitloop naar buiten. Afbranden van snavels bij kippen en het staartknippen bij varkens is niet toegestaan.
Voeding
Dieren moeten, waar mogelijk, gevoerd worden met biologisch geproduceerd diervoer. Alleen als er niet voldoende biologisch voer beschikbaar is, mag door de veehouder ander voer ingekocht worden, dit komt zelden voor.
Medicijnen
Net als in niet-biologische landbouw is het gebruik van groeihormonen tijdens het productieproces verboden. Ook antibiotica mogen niet preventief worden toegediend, enkel wanneer een dier ziek is.
Kenmerken van bereide voedingsmiddelen
Bedrijven die biologische voedingsmiddelen willen bereiden dienen in het bezit te zijn van de juiste certificaten. Er moet een duidelijke administratie bijgehouden worden van biologische grondstoffen die binnenkomen, en biologische producten die geleverd worden aan bijvoorbeeld winkels of andere bedrijven. Biologische levensmiddelen moeten gescheiden worden opgeslagen van niet-biologische levensmiddelen, en de productielijnen moeten goed schoongemaakt worden, zodat er geen besmetting plaatsvindt van de biologische levensmiddelen met reguliere levensmiddelen.
Biologische voeding mag geen chemisch-synthetische geur- kleur- en smaakstoffen bevatten en ook geen conserveringsmiddelen. Ook zijn er strenge eisen aangaande de etikettering. Als uitzondering op de algemene regel mag biologische wijn overigens wél sulfieten bevatten.[2]
Omvang
De biologische landbouw is wereldwijd de snelstgroeiende sector binnen de voedingsmiddelenbranche. Wereldwijd is de omzet voor biologische producten sinds 2001 verdubbeld. De groep consumenten, die biologisch geproduceerd voedsel koopt, neemt toe. Naast natuurvoedingswinkels bieden ook supermarkten een steeds uitgebreider assortiment biologische producten aan. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft het streven om de consumptieve bestedingen aan biologische voeding te laten groeien naar 5% van de totale uitgaven aan voeding in 2007 en het biologische landbouwareaal naar 10% van het totale landbouwareaal in 2010.
In 2004 was het marktaandeel van biologische voeding 1,8% en het biologische landbouwareaal 2,5% (48.155 hectare) van het totaal.[3] Sinds 2004 is het biologisch areaal langzaam gedaald tot 47.019 ha per eind 2007 om in 2008 weer te groeien naar 50.435 hectare.[4]
Biologische producten en gezondheid
Onderzoek over het al dan niet gezonder zijn van biologische producten versus producten uit de gangbare landbouw staat nog in de kinderschoenen. Voor een deel komt dat doordat de wetenschappelijke voedingsleer zelf nog in de kinderschoenen staat; onderzoek naar lange-termijn-effecten duurt immers noodzakelijkerwijze vele tientallen jaren. Dat betekent bijvoorbeeld dat een onderzoek dat aantoont dat een biologische gekweekt gewas méér antioxidanten bevat nog niet bewijst dat dit gewas daarom ook gezonder is, want de rol van antioxidanten voor de gezondheid is op zichzelf nog omstreden.
Hier toch enige wetenschappelijke resultaten. In 2005 werd uit onderzoek, uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut, duidelijk dat biologische zuivel meer gezondheidsbevorderende stoffen bevat dan zuivel uit de gangbare landbouw. Uit een langdurig onderzoek aan de Universiteit van Californië bleek, dat biologisch geteelde tomaten bijna tweemaal zoveel antioxidanten bevatten als conventioneel geteelde tomaten (gemiddeld 97% meer kaempferol en 79% meer quercetine)[5]. Aan de andere kant komt bijv. de consumentenbond na vergelijking van 15 groentes tot de conclusie dat Biologisch geweekte gewassen nauwelijks enig voordeel voor de gezondheid opleveren.[6] De Engelse Food Standards Agency deed in 2009 een uitgebreide literatuurstudie van alle wetenschappelijk onderzoek op dit gebied en kwam tot de conclusie dat er op dit moment geen wetenschappelijke basis is om biologische voeding als gezonder dan niet-biologische aan te merken.[7] Natuurlijk is hier niet in meegenomen dat biologische groenten en fruit niet bespoten worden met giftige stoffen, in theorie zou biologisch voedsel om die reden al meer gezond moeten zijn.
Overigens is het niet alle consumenten van biologische producten te doen om een betere kwaliteit van de producten of mogelijke positieve effecten op de gezondheid; een deel van hen koopt biologisch vanwege het duurzame productieproces of vanwege de diervriendelijke methoden. Ook de garantie dat in de producten geen genetisch gemanipuleerde gewassen of organismen zijn gebruikt speelt voor velen een rol.
Biologische veeteelt en epidemieën
Na de grote epidemieën onder koeien, varkens en geiten in het afgelopen decennium en de daarmee gepaard gaande grootscheepse 'ruimingen', zijn er heel wat consumenten die 'biologisch kopen' in de veronderstelling dat biologische veeteelt minder gevoelig is voor zulke epidemieën. Wetenschappelijk is dit lastig rechtstreeks aan te tonen omdat er (nog) geen grote gebieden zijn waar biologische landbouw/veeteelt wordt toegepast, terwijl biologisch werkende bedrijven net zo goed 'geruimd' worden. Er is echter wel veel indirect bewijs voorhanden. Zo wordt algemeen de bewaking van de kwaliteit van het veevoer gezien als een van de cruciale preventiemaatregelen. Ook beperkingen aan het aantal dieren per ha. speelt een belangrijke rol.[8] De regels t.a.v. veevoer zijn in de biologische veeteelt scherper en beter omschreven en ook het aantal dieren per ha. is beduidend lager. Daarom is het aannemelijk dat Biologische veeteelt inderdaad minder gevoelig is voor epidemieën. Het spreekt vanzelf dat het hier gemiddelden betreft: er zijn niet-biologsiche bedrijven die wat dit betreft aan dezelfde voorwaarden voldoen; men kan hier dan ook niet van een inherent voordeel van de biologische veeteelt spreken.
Specifieke problemen
De afstemming tussen aanbod en vraag is moeilijk: boeren die hun producten biologisch willen afzetten komen soms op een wachtlijst te staan of moeten hun biologische producten als gangbaar verkopen tegen lagere prijzen. Op andere momenten dreigt door een groeiende vraag en een achterblijvende productie tekorten te ontstaan.
Uit diverse onderzoeken blijkt dat burgers vaak een natuur- en diervriendelijke landbouw wensen, waarbij men aangeeft dat men bereid is hier een meerprijs voor te betalen. Het consumentengedrag blijft daar vaak bij achter: vaak wil men een product toch tegen een zo laag mogelijke prijs en kiest men dus liever voor goedkopere producten uit de gangbare landbouw. Niettemin groeit de markt voor biologische producten fors, zeker als men deze groei afzet tegen het klimaat in supermarkten waar de focus sterk op prijs is komen te liggen. Actuele cijfers over de markt van biologische producten zijn te vinden op de website van Biologica.
Biologische landbouw en de milieu- en voedselproblematiek
Vaak wordt zonder meer aangenomen dat biologische landbouw de enige manier is om op een milieuvriendelijke wijze voedsel te verkrijgen. De biologische landbouw is op bepaalde vlakken wel minder belastend voor dier en milieu dan de gangbare landbouw. Door critici worden kanttekeningen geplaatst bij biologische landbouw.
Tegenstanders van biologische landbouw stellen:
Kunstmest mag niet worden gebruikt, en de boer staat slechts dierlijke mest en compost ter beschikking. Om mest te verkrijgen is veel extra land nodig. Landbouwgrond, zelfs biologische landbouwgrond, is veel minder rijk aan plantensoorten dan bijvoorbeeld tropisch regenwoud of Hollands moerasbos.
Door gebruik van natuurlijke meststoffen is het moeilijk de dosering af te stemmen op wat het gewas nodig heeft. Op momenten dat het gewas veel voedingsstoffen nodig heeft ontstaat een tekort waardoor de opbrengst lager wordt. Aan de andere kant is er een overschot aan meststoffen op het moment dat het gewas minder hard groeit. Deze meststoffen spoelen uit de bodem en komen terecht in het grond- en oppervlaktewater, waar het een vervuilende invloed heeft.
De biologische landbouw is niet efficiënt genoeg om de hele wereldbevolking van voedsel te voorzien.
Bovenvermelde elementen worden door voorstanders weerlegd met feiten als:
De gangbare landbouw breekt de biodiversiteit sterker af dan de biologische landbouw, doordat bodemleven, wilde planten en insecten worden gedood. De sterk teruggelopen biodiversiteit in Nederland sinds het begin van de 20ste eeuw (nog 15% van wat het was, volgens de Monitor Duurzaam Nederland [9]) wordt toegeschreven aan de intensieve, chemisch-industriële landbouw.
Bij biologische landbouw is de insteek niet om de plant te voeden, maar de grond. Door levende processen in de bodem worden de voedingsstoffen geleidelijk vrijgemaakt voor de plant. Kunstmest spoelt sneller uit dan organische mest, en verarmt het bodemleven. Bovendien nemen boeren geen risico's: ze gebruiken, zeker in de VS, vaak twee keer zoveel kunstmest als noodzakelijk: boeren spreken dan over "crop insurance".
Voor de productie van compost is niet meer land nodig dan voor de productie van kunstmest. Er is slechts een fractie nodig van de energie die voor kunstmestproductie- en transport vereist is.
Een rapport van het VN-Milieuprogramma (UNEP) uit 2008 meldt dat bij 114 projecten in 24 Afrikaanse landen de oogst meer dan verdubbelde door het gebruik van biologische productiemethoden[10]. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen zijn vaak onbetaalbaar voor kleine boeren in ontwikkelingslanden, terwijl arbeidskracht - letterlijk - genoeg voorhanden is.
Het hongerprobleem in de wereld is geen kwestie van tekorten, maar een probleem van verdeling en distributie. Volgens cijfers van de VN, bij monde van rapporteur Jean Ziegler, werd in 2006 in principe voldoende voedsel geproduceerd om 12 miljard mensen te voeden.
De gangbare landbouw erkent inmiddels meer en meer de zogenoemde 'kraamkamerfunctie' van de biologische landbouw (dus een methode waarin nieuwe technieken en methodes uitgeprobeerd kunnen worden) en neemt inmiddels technieken en methodes over om tot een milieuvriendelijkere gangbare landbouw te komen.[11]
Opleiding
In Nederland zijn er twee opleidingen voor biologisch boer, De Warmonderhof in Dronten en de Kraaybekerhof in Driebergen. Daarnaast is er aan de Wageningen Universiteit een MSc Organic Agriculture (MSc Biologische Productiewetenschappen) opleiding die zich op biologische producten richt. In Vlaanderen wordt er een 2-jarige opleiding biologische en bio-dynamische landbouw gegeven door Landwijzer uit Antwerpen. Daarnaast biedt men tevens een 1-jarige opleiding "zorg in de biologische landbouw" aan.
Misverstanden
In kranten en tijdschriften worden vaak de begrippen ‘biologisch' en ‘biologisch-dynamisch' verward. Afgezien van de definitieverschillen is de biologisch dynamische landbouw qua areaal zeer veel kleiner dan de biologische landbouw.
Bovendien zijn de begrippen ecologisch en biologisch beide ook verbonden met wetenschappelijke vakgebieden, wat soms tot misverstanden leidt.
De afkorting ‘bio' voor biologisch veroorzaakt soms verwarring met biobrandstoffen (brandstoffen op plantaardige of andere organische basis), bio-smeermiddelen en zelfs met bio-industrie (intensieve veehouderij).
Het is beter om het woord ‘biologisch' niet af te korten. Eventueel kan de aanduiding ‘EKO' (altijd met hoofdletters) gebruikt worden als afkorting aangezien dit keurmerk in Nederland een dominante marktpositie heeft.
Keurmerken
Het EKO-keurmerk wordt toegekend door Stichting Skal, die zorg moet dragen voor de naleving van de principes die voorgeschreven zijn voor biologische landbouw. Dit keurmerk geeft aan dat een bedrijf volgens biologische criteria werkt, kortweg gezegd dat geen bestrijdingsmiddelen of kunstmest worden gebruikt.
Het Demeter-keurmerk geeft aan dat er gewerkt wordt volgens biologisch-dynamische principes, gebaseerd op de antroposofie van Rudolf Steiner.
Milieukeur is een Nederlands keurmerk gebaseerd op regelgeving die minder streng is dan bijvoorbeeld de biologische landbouw.
Het Belgische BIOGARANTIE-keurmerk wordt toegekend door BLIK (Integra) en CERTISYS.
Bron: wikipedia.nl
| < Vorige | Volgende > |
|---|

